DE WILLETS EN FRANKRIJK

Posted 28 February 2013 by Ben Zwanink
Tagged As: | Categories: Abraham en Louisa, Op reis | Leave a Comment

Louisa kwam er als jong meisje al geregeld, Abraham leidde er het leven van een bohémien, samen bewoonden ze er een tweede huis, kochten er kunst en deden er royale aankopen voor de inrichting van hun huis aan de Herengracht – voor de Willets was Frankrijk nooit ver weg.

Parijs, kunsthoofdstad van Europa

In 1833, ze is dan negen jaar oud, maakt Louisa Holthuysen een grote kunst- en cultuurreis door Europa. Het is haar eerste grand tour. Er zullen er nog vele volgen – ruim twintig! Louisa’s vader, een wat rusteloze man die zijn passies voor kunst en voor reizen graag combineert, stippelt elk jaar een route uit langs Europese cultuursteden. De Holthuysens doen dan zowel mondaine Duitse kuuroorden aan als steden met een groot artistiek aanbod en gerenommeerde kunstverzamelingen. Personeel en hondjes gaan mee. De reisschema’s reiken tot ver in Zuid-Italië.

Prent Costume Parisien

Vader Holthuysen neemt zijn dochter mee naar de theaters, naar de opera, naar concerten en naar musea. Een en ander valt bij de ontvankelijke Louisa in goede aarde. Haar liefde voor de kunsten wordt zo al vroeg gewekt.

Parijs, dé kunsthoofdstad van Europa, is een geregeld terugkerende verblijfplaats. Als Louisa wat ouder wordt is Parijs natuurlijk ook de stad om de nieuwste japonnen en andere modeartikelen aan te schaffen. Franse modetijdschriften waarop ze is geabonneerd houden haar thuis in Amsterdam op de hoogte.

Het onverwachte overlijden van moeder Holthuysen, in 1856 in Baden Baden, betekent het einde van de familiereizen.

Lees verder…

Even voorstellen: Ben Zwanink

Posted 16 January 2013 by Rixt Wieringa
Tagged As: | Categories: Achter de schermen | 2 Comments

Ben ZwaninkAls vrijwilliger is Ben Zwanink sinds 2012 betrokken geraakt bij de herinrichting van Museum Willet-Holthuysen. Op verschillende manieren helpt hij het projectteam met diverse werkzaamheden in het museum. Via deze blog zullen wij Ben Zwanink aan u voorstellen.

Al enige jaren was Ben verbonden aan Muziek Centrum Nederland, waar hij zich hoofdzakelijk bezighield met het schrijven van artikelen voor het Jazz Bulletin, maar ook een dag in de week als portier werkzaam was. Toen de hevige bezuinigingen boven de markt hingen, en bleek dat het MCN per januari 2013 werd opgeheven, ging hij op zoek naar iets nieuws. Ben: “Ik heb toen mijn oog laten vallen op de kleinere musea, en werd uiteindelijk bij Museum Willet-Holthuysen met open armen ontvangen.” Lees verder…

Kerst in Willet

Posted 13 December 2012 by Ben Zwanink
Tagged As: | Categories: Abraham en Louisa, Het huis (1685 - 1895), Nieuws | Leave a Comment

Kerst in WilletIn huize Willet wordt ook dít jaar kerstfeest gevierd. Drie vertrekken brengen ons in negentiende-eeuwse kerstsferen: de keuken, de eetkamer en de balzaal.

In de balzaal op de bel-etage wordt de blik getrokken door een versierde kerstboom met kerstcadeaus. Kerstbomen werden pas halverwege de negentiende eeuw vanuit Duitsland in Nederland geïntroduceerd. In Amsterdam woonachtige Duitse immigranten zetten hier de traditie van hun Weihnachtsbaum voort. Vervolgens drong de boom door in de betere kringen, waar men immers beschikte over ruimte in huis, en over geld voor de attributen en bijbehorende cadeaus. Daarna vond de kerstboom in de loop van enkele decennia zijn weg naar andere lagen van de maatschappij. Louisa Holthuysen was van Duitse afkomst. Het is heel goed mogelijk dat zij elk jaar een boom kreeg toegestuurd van een ver familielid uit Duitsland. Lees verder…

Kleuronderzoek gang #2

Posted 30 November 2012 by admin
Tagged As: | Categories: Achter de schermen, Het huis (1685 - 1895), Restauraties | Leave a Comment

Kleurhistorisch onderzoek GANGNaast het onderzoek in de tuinkamer (zie blog kleuronderzoek Tuinkamer #1, #2, #3 en #4) zijn studenten in hun eerste masterjaar van de opleiding Conservering en Restauratie van het cultureel erfgoed bezig met het onderzoeken naar de aanwezigheid en uiterlijk van de beschilderde afwerkingen in de gang op de bel-étage. Onder begeleiding van ir. Josefien Tegelaar (docent UvA en zelfstandig kleuronderzoeker), ing. Matthijs De Keijzer en dr. drs. Luc Megens (beiden onderzoekers RCE) worden de studenten meegenomen in een speurtocht naar de historische afwerkingen met pigment- en bindmiddelengebruik in deze ruimte.

Lees verder…

#ThuisBijWillet – Op visite in de damessalon

Posted 27 November 2012 by Anna Foulidis
Tagged As: | Categories: Uncategorized | Leave a Comment

De gasten van Abraham en Louisa Willet-Holthuysen kwamen vroeger het huis binnen via de dubbele hardstenen stoep, door de grote, donkergroene voordeur. De tegenwoordige ingang van het museum was vroeger de dienstingang. Eenmaal binnen, stond men in de imposante hal op de bel-etage, de representatieve verdieping van het huis. Hier bevonden zich de ontvangstruimtes, zoals de twee voorzalen en de balzaal. Louisa ontving haar gasten in de damessalon, de eerste ruimte links van de deur. Abraham had zijn ontvangstkamer aan de andere kant: de herenkamer.

Een kamer als de damessalon was in de eerste plaats bedoeld om de gasten te imponeren. Voor de inrichting van deze damessalon koos het echtpaar in de jaren zestig van de negentiende eeuw voor de toen zeer modieuze neo Louis XVI-stijl. Deze stijl stond bekend om zijn “koele distinctie”, een beschrijving die in niets te maken heeft met de spreekwoordelijke “Hollandse gezelligheid”. De ruimte is ingericht in strakke geometrische vormen, symmetrische, neoclassicistische ornamenten en verfraaid met schilderijen uit de verzameling van de Willets. Tegenwoordig overheerst een warme gele kleur als men de kamer betreedt, maar vroeger bestond het palet ook uit zilvergrijs en paars.

In haar boek ‘Leven op stand’ beschrijft de historica Ileen Montijn onder andere het visite systeem eind negentiende eeuw. Weinig was hierbij aan het toeval overgelaten, voor de sociale omgangsvormen golden er strikte regels en tradities. Een belangrijk onderdeel was het visitekaartje, hiermee kon worden aangegeven dat iemand op bezoek wilde komen. Na een diner of bal was het traditie om nogmaals op visite te komen, hier kon het al volstaan alleen een kaartje achter te laten. Zoals Ileen Montijn uitlegt was dat voor beide partijen een gemak “Immers dat ontsloeg iedereen van de plicht om een kwartier of twintig minuten (langer duurde een visite niet) obligate conversatie in stand te houden, alleen maar omdat de vormen dat eisten.”

Op dit moment zijn wij bezig de damessalon weer in ere te herstellen. Het museum kan en wil zelf in de restauratie investeren, maar beschikt niet over voldoende eigen middelen. Het is om deze reden dat wij iedereen die het grachtenhuis Museum Willet-Holthuysen een warm hart toedraagt, vragen ons te helpen. Het ondersteunen van de restauratie van de damessalon kan al vanaf €25,-. Klik hier voor meer informatie.

#ThuisBijWillet – IJsbloemen op de ramen

Posted 22 November 2012 by Rixt Wieringa
Tagged As: | Categories: #ThuisBijWillet | Leave a Comment

IJsbloemenDe koude dagen zijn weer aangebroken. De centrale verwarming gaat aan met een druk op de knop van de thermostaat. Maar zo ging dat niet thuis bij de Willets; daar werd door het personeel de kachel gestookt. Bij voorkeur had men een open haard. Want hoewel er in de 19de eeuw veel kachels op turf of kolen brandden, gaf een open haard toch het meeste cachet. Geen wonder, want ook vandaag de dag is men op het behaaglijke vlammenspel nog steeds niet uitgekeken.

Alleen díe kamers waar men verbleef werden verwarmd. Maar naar onze begrippen was het ’s winters altijd kil in huis. In het schema van de dienstbode stond in welke vertrekken de kachel ’s ochtends in alle vroegte moest worden aangestoken of opgepord. In de rest van het huis en in de gangen was het steenkoud. De keuken met z’n fornuis was de enige ruimte waar het altijd warm was.

BeddepanIn de slaapkamer was het gemiddeld nog killer dan in de leefvertrekken. Voor in bed waren er allerlei handigheidjes om de warmte vast te houden, zoals de beddepan, kruik of – eenvoudiger – een gebreide voetenzak met oude kranten. Hoe dan ook, de kou kon dus nooit volledig worden bestreden. IJsbloemen op de ramen en bevroren water in de lampetkan dus. Brrrr.

#ThuisBijWillet – Amsterdams gemeentepils

Posted 20 November 2012 by Anna Foulidis
Tagged As: | Categories: #ThuisBijWillet | 1 Comment

De keuken met filtreerkastjeAmsterdammers hebben een speciale relatie met hun kraanwater, het beste water van het land volgens velen. Amsterdams gemeentepils noemt mijn oudoom het zelfs als iemand een glaasje water vraagt tijdens de verjaardagsvisite. In de negentiende eeuw kwam water niet simpelweg uit de kraan. Levering van water middels een netwerk van waterleiding bestond in Amsterdam pas sinds 1853. Vanaf 1853 konden Amsterdammers voor een cent per emmer water halen uit een tappunt op het Haarlemmerplein. Voor deze tijd gebruikten Amsterdammers regenwater of water uit de Vecht, dat met grote dekschuiten over de Amstel werd vervoerd.

Dit gold ook voor het echtpaar Willet-Holthuysen. In een reservoir vingen zij regenwater op dat uit de dakgoten naar beneden kwam. Dit water was uiteraard niet erg schoon; het zat vol met beestjes, bladeren en metaaldeeltjes uit de goot. Om nog maar te zwijgen van alle onzichtbare verontreiniging. Ook het water uit de Vecht was niet meteen drinkbaar. In de meeste keukens stond daarom een filtreerkastje waarmee het water werd gezuiverd. Zulke kastjes bevatten een grote leksteen met een bassin waarin het onzuivere water werd gegoten. Deze steen was poreus en langzaam maar zeker druppelde het schone drinkwater in de emmer die eronder stond. Of de Willets hiervan gebruik hebben gemaakt kunnen we alleen niet met zekerheid zeggen. Van de originele keukeninrichting van het echtpaar is jammer genoeg niets bewaard gebleven; de huidige opstelling in het museum is een vrije interpretatie van een achttiende-eeuws keukeninterieur. Naast het aanrecht staat een dergelijk filtreerkastje met een leksteen.

Net zoals sommige mensen tegenwoordig liever designerwater uit flessen drinkt, kwam toen het beste water uit het buitenland. Flessen met bronwater uit streken als Spa werden geïmporteerd naar Nederland. De Willets kochten vrijwel zeker ook gebotteld mineraalwater.

 

#ThuisBijWillet – Een kind kan de was doen

Posted 15 November 2012 by Rixt Wieringa
Tagged As: | Categories: #ThuisBijWillet | Leave a Comment

StrijkboutEen kind kan de was doen. Of toch niet? Want het was een van de zwaarste taken in het 19de-eeuwse huishouden: de was. Rijke Amsterdammers, zoals het echtpaar Willet-Holthuysen, besteedden hun was uit aan wasserijen buiten de deur. Het wasgoed werd naar een gebied buiten de stad gebracht waar het water een stuk schoner was, zoals in de buurt van Haarlem of ’s-Graveland. Daar werd het linnen gewassen en gebleekt.

Meestal werd de was eens per halfjaar gedaan, in sommige huishoudens zelfs maar één keer per jaar. De vuile was werd opgespaard in een grote linnenkist op zolder. Hoe langer je het “uit kon houden” – zo werd dat genoemd – des te meer status dat gaf: een goed gevulde linnenkast was een kostbaar bezit. Met de grootste zorg en toewijding werd de linnenkast door de vrouw des huizes beheerd. Alles lag er keurig in kaarsrechte stapeltjes.

De schone was kwam terug in grote manden die met het takelwiel naar boven werden gehesen. Daar werd meestal een sjouwer voor ingehuurd. Op zolder werd de was – zo nodig – te drogen gehangen aan stokken aan het plafond. Voordat het linnengoed weer terug de kast in kon, hadden de dienstmeiden er nog een hele kluif aan. Op zolder stond een lange strijktafel met een zacht wollen onderkleed waarop de was in vorm werd gerekt. Vervolgens werd het linnen door de mangel gehaald, een zware klus. Daarna ging het schone wasgoed opgevouwen en al in de linnenpers, zodat het vervolgens – met een lintje eromheen – weer terug de kast in kon.

Niet alles kon door de mangel, zoals geborduurde of geplooide stukken. Deze werden gesteven en gestreken. In de 19de eeuw gebruikte men een strijkbout die op de kachel werd verwarmd, of – ouderwetser – een bout die met hele kolen kon worden gevuld. Bovenkleding was bijna altijd gemaakt van wol of zijde en werd zo min mogelijk gewassen. Kraagjes en manchetten konden worden losgetornd om apart te reinigen. Tegen het einde van de 19de eeuw zorgde de opkomst van katoenen kleding en fabriekszeep ervoor dat er veel vaker gewassen werd.

Kleuronderzoek tuinkamer #4

Posted 12 November 2012 by Rixt Wieringa
Tagged As: | Categories: Achter de schermen, Het huis (1685 - 1895), Restauraties | Leave a Comment

Kleurhistorisch onderzoekHet onderzoek naar de verschillende historische verflagen in de tuinkamer is nog in volle gang. Eerder was hier al over te lezen op deze blog (zie deel 1, deel 2 en deel 3). De plafondschildering van de Belgische decoratieschilder Auguste Graux, die afgelopen voorjaar werd aangetroffen, is inmiddels voor een deel vrijgelegd. Dat het om een bijzonder plafond gaat, wordt nog eens benadrukt door Danielle van Kempen, docent Historische Binnenruimten van de opleiding Conservering & Restauratie aan de Universiteit van Amsterdam. Niet alleen is het een rijk gedecoreerde schildering met onder andere druiven en rozen, ook is de schildering prachtig gedetailleerd geschilderd en van hoge kwaliteit. Een ‘walhalla’ voor de restauratoren in opleiding dus.

Lees verder…

#ThuisBijWillet – De opvoeding van kleine Louisa

Posted 8 November 2012 by Anna Foulidis
Tagged As: | Categories: #ThuisBijWillet, Abraham en Louisa, Op reis | Leave a Comment
Naamloos2

Louisa Holthuysen stond door haar levensstijl bekend als een wat excentrieke vrouw en zo staat zij nog steeds te boek. Haar leven was in ieder geval niet doorsnee; al helemaal niet voor haar tijd. Louisa’s ongewone leven begon eigenlijk al bij haar opvoeding. Met haar vader Pieter Gerard Holthuysen, moeder Sandrina Louise Lepeltak, personeel en [...]